Toen gij zijt heengegaan
Toen Gij zijt heengegaan die nacht,
- o, 'k weet het nog als was 't van gister nauw, -
lag over huis en straat de sneeuwen vacht,
de wind blies rauw, heel fel en rauw.
Geen woord, dat U weerhouden had
wellicht, heb ik gezegd; - 'k heb niets gedaan,
dat U deed keren; stom en stijf, met glad
gezicht zag ik tot U en - liet U gaan!
Doch, toen de straatdeur achter U
in 't slot gevallen was met dof gerucht,
toen ben ik opgeschrokken, angstig, schuw,
en als een dwaas U nagevlucht.
En 'k heb uw stap aanhoord, heel lang
wegdomlend in de sneeuw, die 't al bedekte,
en plotsling nesten tranen mij de wang,
terwijl ik de armen naar U strekte.
Uit de bundel: Claribella (1893 )

Schrijver: Pol de Mont
Inzender: adm, 08-05-2010
Deze inzending is 451 keer bekeken
|
Beoordeling: 8.17 |
|
Aantal stemmen: 6 |
|
(Klik op een cijfer om je stem uit te brengen) |

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.
Geef je reactie op deze inzending: