Lentezang
Geen nevelig duister
Bedekt meer het veld;
Geen blinkende kluister,
Die 't beekje meer knelt;
Het stormen is over;
De buien zijn heen;
Wat ritselt in 't lover,
Is zefir alleen.
Vol bloeisel van boven,
Vol bloemen omlaag,
Staan velden, en hoven,
En telgen, en haag!
De Vrolijkheid dartelt,
In klaverrijk Gras;
Zij wemelt, zij spartelt,
In vlieten en plas.
De wouden herhalen
Hun feestelijk lied:
Ook zwijgt, in de dalen,
De Leeuwerik niet.
Van Echo vervangen,
Bij 't rijzen der maan,
Heft GIJ nog uw zangen,
O Nachtegaal, aan!
Geen nevelig duister
Bedekt meer het veld;
Geen blinkende kluister,
Die 't beekje meer knelt!
Ontvlucht nu de steden,
Wie vreugde begeert!
Ontvlucht ze nog heden -
De Lente regeert!

Schrijver: A.C.W. Staring
Inzender: Redactie, 30-04-2013
info
gedichten.nl
Deze inzending is 206 keer bekeken
4/5 sterren met 2 stemmen.

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.
Geef je reactie op deze inzending: