gedichten.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
start rijmen vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud











bal bal
rssRSS




Dichters:



Kaart van je gedicht





Garnier Projects


depressie test
burn out test
Angst


tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 2113):

Met zen achten

Wat, kan in t Gooi, een schuldloos kind,
Met rozen op de frisse kaken,
Daar t niets dan leven in zich vindt,
Van dood of sterven maken?

Een meisje trippelde aan mijn zij
Van zes, of mooglijk zeven, jaren:
Wat schitterde dat oogje blij
Van onder t zwart der haren.

Een aardig lachje, zacht en schoon,
Ontblootte hagelwitte tanden,
En vormde een kuiltje in iedre koon,
Wat bruin van t zonnebranden.

k Vroeg: 'Met hoevelen zijt ge wel?'
Ze liet niet lang op t antwoord wachten,
Maar vrolijk keek ze, en zeide snel:
'We bennen met zen achten.'

'Zo!' zei ik, 'dat s een heel gezin;
Dan zult ge de oudste wel niet wezen?'
'Neen, krek de jongste,' viel zij in;
'Maar ik kan toch al lezen.'

'En wat doen de andren?' vroeg ik. 'Twee,'
Was t antwoord (kort, om tijd te sparen):
'Twee onder dienst, en twee naar zee,'
En een woont heel te Baren.

Twee liggen er op t kerkhof neer,
Het ene een zusje, t andre een broertje;
en alder- aldernaast, mijnheer!
Daar woon ik met mijn moertje.'

'Twee onder dienst, en twee naar zee,
Een heel te Baren t is geen reisje!...
Maar gij telt ze allemaal nog mee,
Niet waar mijn beste meisje?'

En dan die twee op t kerkhof nog!
Want we zijn met zn achten, weet u?
U ziet die hoge bomen toch?
De twee daaronder; die vergeet u'.

'k Vergeet ze niet, maar aardig wicht!
Zo, in de schaduw van die bomen,
Een broertje en een zusje ligt,
Is t achttal dan volkomen?'

Hun grafjes zijn vlak bij malkar,
En o! zo dicht bij moeders huisje!
Laat zien! Een stap of twalef maar;
Op ieder staat een kruisje.

Ik zit er dikwijls, s morgens vroeg,
Of twaleven en tweeën;
De kousen, die ik zondag droeg,
Die heb ik d'r gebreeën.

En zomers, als het avond wordt
in t hoge gras teneergezeten,
Brengt moeder daar mijn tinnen bord
En schaft mijn avondeten.

Het eerste stierf mijn zusje Brech;
Wat lag ze lang in bed te klagen!
God nam op eens haar pijnen weg;
Toen werd zij uitgedragen.

Toen kwam ze op t kerkhof, kort bij t hek,
In t graf; vlak naast een iep; zon dikke;
We speelden dikwijls op de plek,
Mijn broertje Jan en ikke.

't Was zomer; maar toen t winter werd,
(De sneeuw lag dik op t doornenhegje)
Kreeg Jantje ook de koorts, heel hard,
En ging heel gauw naar Brechtje.'

'Maar daar hij nu naast Brechtje ligt,
Enn nimmermeer met u kan spelen:
Tel nog reis over, aardig wicht!
Gij zijt met u hoevelen?'

Het meisje sloeg haar ogen neer,
En stond een poosje in gedachten;
Maar eensklaps riep ze, als de eerste keer:
'Wel heerschap, met zen achten'.

'Maar zo Gods englen Brechtje en Jan
Bij Jezus in de hemel brachten?'
'Ja daar praat mijn moeder ook wel van'
'Goed! met hoevelen blijft gij dan?'
'Wel IK zou menen met zen achten!'

schrijver

Schrijver: Nicolaas Beets
Inzender: Redactie, 06-12-2007

infoatgedichten.nl



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: familie

Zoek naar vergelijkbare inzendingen


Deze inzending is 3479 keer bekeken

3/5 sterren met 11 stemmen.







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









start  |   rijmen  |   vragen  |   forum  |   links  |   zoek  |   contact  |   gastenboek
inhoud           snelsonnet           gedichten           netgedichten
poëzie       hartenkreten       nederlands.nl
adverteren
vrijwaring