netring Dichtbundel uitgeven
bal
bal
start rijmen vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

gedichten.nl









bal bal
rssRSS




Dichters:

J.A. Alberdingk Thijm
1820 - 1889


C.S. Adama van Scheltema
1877 - 1924


Marnix van Sint Aldegonde
1540 - 1598


Hieronymus van Alphen
1746 - 1803


Gentil Antheunis
1840 - 1907


J. Antonides van der Goes
1647 - 1684


Hermanus Asschenberg(h)
1726 - 1792


Frans Bastiaanse
1868 - 1947


Nicolaas Beets
1814 - 1903


Jacobus Bellamy
1757-1786


Willem Bilderdijk
1756 - 1831


Dop Bles
1883 - 1940


Marie Boddaert
1844-1914


Hein Boeken
1861 - 1933


Salomon Bonn
1881 - 1930


P.C. Boutens
1870 - 1943


Gerbrand Bredero
1585-1618


Eduard Brom
1862 - 1935


Jan Campert
1902 - 1943


Jacob Cats
1577-1660


Charivarius
1870-1946


René de Clercq
1877 - 1932


Abraham van Collem
1858 - 1933


D.V. Coornhert
1522 - 1590


Frans de Cort
1834 - 1878


Louis Couperus
1863-1923


Isaac da Costa
1798 - 1860


Johan Danser
1893 - 1920


Johan Michiel Dautzenberg
1808 - 1869


Aagje Deken
1741 - 1804


Heiman Dullaert
1636 - 1684


Prudens van Duyse
1804 - 1859


Frederik van Eeden
1860-1932


Jan Engelman
1900 - 1972


P.N. van Eyck
1887 - 1954


Rhijnvis Feith
1753 - 1824


Wilhelm G. van Focquenbroch
1640 - 1670


Reinier van Genderen Stort
1886 - 1942


P.A. de Génestet
1829-1861


Guido Gezelle
1830-1899


J.J.A. Goeverneur
1809 - 1898


Herman Gorter
1864-1924


Jacob Israël de Haan
1881-1924


Hadewijch
1225±1275


J.P. Heije
1809-1876


JAN FREDERIK HELMERS
1767-1813


Frederik Hemkes
1854-1887


Emanuel Hiel
1834 - 1899


Cornelis Honigh
1846 - 1896


P.C. Hooft
1581-1647


Adriaan van der Hoop
1802 - 1841


Constantijn Huygens
1596-1687


Johannes Immerzeel
1776 - 1841


Daniel Jonctys
1600-1654


P.L. van de Kasteele
1748-1810


J.J.L. ten Kate
1819 - 1889


Johannes Kinker
1764 - 1845


Willem Kloos
1859 - 1938


Marie Metz-Koning
1868 - 1926


Edward Koster
1861 - 1937


Johan de Laet
1815 - 1891


Omer Karel de Laey
1876-1909


Prosper van Langendonck
1862 - 1920


E. Laurillard
1830 - 1908


Aart van der Leeuw
1876-1931


Jacob van Lennep
1802 - 1868


J.H. Leopold
1865-1925


Gerrit van de Linde
1808-1858


Johan van 't Lindenhout
1893 - 1919


Jacobus van Looy
1855 - 1930


Rosalie Loveling
1834 - 1875


Virginie Loveling
1836 - 1923


G.W. Lovendaal
1847 - 1939


Jan Luyken
1649 - 1712


Hendrik Marsman
1899 - 1940


Willem de Merode
1887 - 1939


Bernard van Meurs
1835-1915


Pol de Mont
1857 - 1931


Victor A. dela Montagne
1854 - 1915


Herman Moortgat
1961-


M.A. de Wijs-Mouton
1873-1935


J.A. dèr Mouw
1863-1919


Hendrik Muller
1855 - 1927


Multatuli
1820 - 1887


Alice Nahon
1896 - 1933


Pieter Nieuwland
1764 - 1794


Jan van Nijlen
1884 - 1965


Karel van den Oever
1879 - 1926


B.W.A.E. Sloet tot Oldhuis
1808-1882


W.F. Oostveen
1849 - 1890


Paul van Ostaijen
1896-1928


Piet Paaltjens
1835-1894


Augusta Peaux
1859 - 1944


W.L. Penning
1841 - 1924


Jacques Perk
1859 - 1881


Edgar du Perron
1899 - 1940


Hubert Poot
1689-1733


Elisabeth Maria Post
1755 - 1812


E.J. Potgieter
1808 - 1875


Jan Prins
1876 - 1948


Joannes Reddingius
1873 - 1944


Jacobus Revius
1586 - 1658


Giza Ritschl
1869 - 1942


Jules Schürmann
1873 - 1927


Albrecht Rodenbach
1856 - 1880


Anton L. de Rop
1837 - 1895


Arnold Sauwen
1857-1938


Henriëtte Roland Holst-van der Schalk
1869-1952


Carel Scharten
1878 - 1950


J.M.W. Scheltema
1921 - 1947


Frederik Schmidt Degener
1881 - 1941


Jan Jacob Slauerhoff
1898 - 1936


Hajo Spandaw
(1777-1855)


Koos Speenhoff
1869 - 1945


A.C.W. Staring
1767 - 1840


J.J. de Stoppelaar
1884 - 1945


Nico van Suchtelen
1878 - 1949


Helene Swarth
1859 - 1941


Theo Thijssen
1879 - 1943


C.P. Tiele
1830 - 1902


Felix Timmermans
1886-1947


Hendrik Tollens
1780 - 1856


Dirk Jelles Troelstra
1870 - 1902


Emile Verhaeren
1855 - 1916


August Vermeylen
1872 - 1945


Albert Verwey
1865 - 1936


Jan Veth
1864-1925


Joost van den Vondel
1587 - 1679


Carel Vosmaer
1826 - 1888


Jacqueline van der Waals
1868 - 1922


Erich Wichmann
1890 - 1929


Antony Winkler Prins
1817 - 1908


Jacob Winkler Prins
1849 - 1904


Karel van de Woestijne
1878 - 1929


Betje Wolff-Bekker
1738 - 1804


W.J. van Zeggelen
1811 - 1879







Garnier Projects





tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 143):

Op de dood van Sterre*

Of droom ik, en is 't nacht, of is mijn Ster verdwenen?
Ik waak, en 't is hoog dag, en zie mijn Sterre niet.
O Hemelen, die mij haar aangezicht verbiedt,
Spreek mensentaal, en zeg, waar is mijn Sterre henen?

De hemel slaat geluid, ik hoor hem door mijn stenen,
En zegt, mijn Sterre staat in 't heilige gebied
Waar zij de Godheid, waar de Godheid haar beziet,
En, voegt het lachen daar, belacht mijn ijdel wenen.

Nu Dood, nu snik, meteen verschenen en voorbij,
Nu, doorgang van een steen, van een gesteen ten leven,
Dun schutsel, staat naarbij; 'k zal 't u te dank vergeven;

Kom, Dood, en maak mij korts van deze koortsen* vrij:
'k Verlang in 't eeuwig licht tezamen te zien zweven
Mijn Heil, mijn Lief, mijn lijf, mijn God, mijn Ster, en mij.


*Sterre - Suzanna van Baerle (1637+)
*koortsen - het menselijk leven

schrijver

Schrijver: Constantijn Huygens
Inzender: J.A.M., 16-03-2002



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: overlijden

Zoek naar vergelijkbare inzendingen


Deze inzending is 12822 keer bekeken

Beoordeling: 8.34
45678910
Aantal stemmen: 128  

(Klik op een cijfer om je stem uit te brengen)


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn 3 reacties op deze inzending:

Naam:Ik ben die ben
Datum:10-10-2008
Bericht:Mooiste gedicht ooit...



Naam:ilse
Datum:11-12-2007
Bericht:ik word zo emotioneel van deze tekst...



Naam:Paul Lammertsma
Datum:27-10-2002
Emailadres:laptoplabsathotmail.com
Bericht:Oorspronkelijke versie:

Of droom ick, en is ’t nacht, of is mijn, Sterr verdwenen?
Ick waeck, en ’t is hoogh dagh, en sie mijn’ Sterre niet.
O Hemelen, die mij haer aengesicht verbiedt,
Spreeckt menschen-tael, en seght, waer is mijn, Sterre henen?
Den Hemel slaet geluyd, ick hoor hem door mijn stenen,
En seght, mijn’ Sterre staet in ’t heilighe gebied,
Daer sij de Godheid, daer de Godheid haer besiet,
En, voeght het lacchen daer, belacht mijn ijdel weenen.

Nu, Dood, nu Snick, met-een verschenen en verbij,
Nu, doorgang van een’ Steen, van een gesteên, ten leven,
Dunn Schutsel, staet naer bij, ’ksal ’t v te danck vergeven;

Komt, dood, en maeckt mij kortst van deze Cortsen vrij:
’K verlang in ’teewigh licht te samen te sien sweven
Mijn Heil, mijn Lief, mijn Lijf, mijn’ God, mijn’ Sterr en mij.




Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









Naam:
Pass:
start  |   rijmen  |   vragen  |   forum  |   links  |   zoek  |   contact  |   gastenboek
inhoud           snelsonnet           gedichten           netgedichten
poëzie       hartenkreten       nederlands.nl
adverteren
vrijwaring

Wegens de vele raadplegingen op deze site (18 miljoen per maand) zijn wij op zoek naar een strategische partner.
Beschikt u over middelen die kunnen helpen deze site tot een nog groter succes te maken,
mail ons en wij nemen zo spoedig mogelijk contact met u op.