inloggen
voeg je netgedicht toe dichtwoordenboek

tabblad: netgedichten

< vorige | alles | volgende >

netgedicht (nr. 68458):

VIER MAAL NAAR ACHTERBERG II

NAAR ACHTERBERG III

Bijna had ik hun van hem en mij verteld,
feest was het in een der Haagste wijken.
Ik stond naar het schimmenspel te kijken
en heb hun maar wat op de mouw gespeld.

Anders was hij van me weggesneld,
zonder langer naar mij om te kijken,
zijn zang zou mij niet meer bereiken,
mijn spel voor altijd zijn verspeeld.

'Noordeinde', 'Zieken', 'Schuddegeest'* –
Op mijn wandelingen door de binnenstad
heeft hij me zo de woorden aangeboden,

waarmee hij zingend zijn Hades binnentrad.
Straten ver nog echoot het leven als een feest.
De hoogste tijd nu voor mijn Ode.





VOOR HET LAATST
NAAR ACHTERBERG

Op zekere dag ben ik naar u toegegaan,
in uw weggedoken huisje tussen bomen,
dat met geloken ramen in koortsdromen
of sprookjes niet zou hebben misstaan.

U moet me al van ver hebben zien komen,
ik zag u met een schoffel in de voortuin staan,
werktuiglijk rolde u een sigaret en stak die aan,
onderwijl werd ik wantrouwend opgenomen.

Wat ik van mijn leven heb geschreven,
heb ik u toen ter beoordeling gegeven.
Wij waren beiden met de zaak verlegen.

En toen ik vroeg of u het wilde lezen,
verkeerde ik – om eerlijk te wezen –
voor levenslang tussen hoop en vrezen.

... * In het hieraan voorafgaande sonnettenkwartet, NAAR ACHTERBERG, wordt een poging ondernomen om de dichter Gerrit Achterberg te benaderen. Dat gebeurt af en toe op zijn wijze en met gebruikmaking van zijn middelen, waarbij (in)direct wordt verwezen naar zijn sonnettencyclus 'Ode aan Den Haag'. ...

Schrijver: Martin Kageling, 5 Mar. 2019


Geplaatst in de categorie: literatuur

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 34

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)