inloggen
voeg je poezie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 1619):

Te Scheveningen

Ik slenterde 't strand op en neder,
Zo druk werd in eens 't om me heen,
'k Begreep niet, wat plotseling die vrouwen
En knapen toch bracht op de been.

Ik tuurde en zag eindlijk de pink* ook,
Zij wiegde op de deining der zee.
De manschap kon 'k ras onderscheiden,
Ze maakten het anker al reê.

Doch voor het nog uit werd geworpen,
Daar plaste al een jongen naar boord,
Zijn broertje, te paard op zijn schouders,
Die droeg hij in zee met zich voort.

't Klein ventje met fladderende haren
Nam 't mutsje af van broer, die hem droeg.
Hij wenkte, hij wuifde naar vader,
Die lachend hem wachtte op de boeg.

Toch scheen die het wachten te lang toe:
Hij waadde de twee tegemoet,
Hij pakte, hij kuste zijn jongste,
Met handdruk werd de oudste begroet.

En juublend ging 't drietal naar strand toe,
Die 't zagen, ze jubelden mee -
Maar treurig en stil sloop ik henen,
En klagend klonk 't ruisen der zee.

-----------------------------------------
pink - vissersboot

-----------------------------------------
Noot redactie:
In de bundel 'Geen zomer' staan veel gedichten
waarin Honigh laat zien veel moeite te hebben
met het overlijden van zijn 4-jarig zoontje Christiaan.

Geen zomer (1880)

Schrijver: Cornelis Honigh
Inzender: JM, 29 jul. 2006


Geplaatst in de categorie: verdriet

2,8 met 14 stemmen 1.330



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)