inloggen
voeg je poezie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 12):

Wanneer de Vorst des lichts slaat aan de gulden tómen

Wanneer de Vorst des lichts* slaat aan de gulden tómen
Zijn hand, en beurt omhoog aanzienlijk* uiter zee
Zijn uitgespreide pruik* van levend goud, waarmee
Hij nare angstvalligheid, en vaak*, en creple drómen*

Van 's mensen lichaam strijkt*, en berg, en bos, en bómen
En steden volkrijk, en velden met het vee
In duisternis verdwaald, ons levert op haar stee*,
Verheugt hij, met de dag, het Aardrijk en de stromen:

Maar d'andre sterren als naijvrig van zijn licht*,
Begraaft hij, met zijn glans, in duisternissen dicht,
En van d'ontelbre schaar, mag 't niemand bij hem houwen*.

Al eveneens, wanneer uw geest de mijne roert,
Word ik gewaar dat gij in 't heilig aanschijn voert
Voor mij de dag, mijn Zon, de nacht voor d'andere vrouwen.

--------------------------------------------------------
Vorst des lichts - Zonnegod (op een wagen rijdend)
aanzienlijk - schitterend
pruik - haardos
vaak - slaperigheid
creple drómen - dromen die mank gaan
strijkt - wegvaagt
levert op haar stee - op hun oude plek teruggeeft
als naijvrig van zijn licht - alsof hij geen mededingers duldt voor zijn licht
mag 't niemand bij hem houwen - kan niemand het naast hem uithouden

Sonnetten - Sonnet XXV

Schrijver: P.C. Hooft
Inzender: C.P.H., 19 okt. 2001


Geplaatst in de categorie: partner

4,0 met 40 stemmen 10.023



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)