inloggen
voeg je poezie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 1931):

PAPAVER-BED

Blank, scharlaken, woest en vredig,
Franjig, strokig, effen, ledig,
Wapenig, vol walmen;
Staan zij naar de zomer luchtend,
In een windeloze uchtend,
Opgericht als palmen.

't Rusteloze vliegendom
Gromt en glinstert al alom
En beweegt zich vinnig
Om het groene tonnetje
Met het straalsgewijs zonnetje
In elks midden innig.

Even buigen ze als de last
Van een stoere hommelgast
In hun weelde wentelt,
Maar zodra de grabbelpoot
Gaat, bevracht met bijenbrood,
Staan zij weer gekenteld.

Als een vlinder uit zijn pop
Botten zij uit lob na lob,
Tuimlend langs de stengels;
Waar de zwak-gehalsden tinklen,
Zilverharig en ontkrinklen,
Worden bolle bengels.

Blozend als een jongenswang,
Meisjesmond en rood als 't bang'
Ruisend karmozijne...
Op hun hoge stelen prat,
Met hun diep verholen schat,
Lonken zij als wijnen.

En zij fonklen en zij tieren
In het hete middagvieren
Van het licht getij;
Als de gonzers, neergezonken,
Hangen aan hen, zat en dronken,
In een dromerij.

Aan de witte, aan de roze,
Zwart-geharte, rode, boze,
Inkarnaat en glad;
Die maar pronken en maar krinken,
Die maar lonken, laten zinken
Bladervlag na blad ...

Tonnetje naast bolle ton,
Spookt er in de late zon
Uit het ijle loof;
Steen-gelijk en opgestrekt,
Met het kroontje toegedekt,
Paars en bleek en doof.

Eer het schemert zijn zij allen,
Allen zijn zij uitgevallen
Lijkt de grond beplast,
Maar een drom van nieuw geknopt'
Staat er naast elkaar gepropt,
Palmrecht... en toen was 't:

Of er daar toen schrijden kwam,
Tarquin de Superbe, stram,
Na het felle davren;
Purperzwaar, met peinzerstred,
Achterom het duistrend bed
Bloeiende papavren.

Gedichten

Schrijver: Jacobus van Looy
Inzender: Redactie, 18 aug. 2007


Geplaatst in de categorie: planten

4,3 met 7 stemmen 1.120



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)