inloggen
voeg je poezie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 4544):

STILTE

Geen wolkje dreef er aan de hemel,
geen windje suisde er in de blaân,
en als een spiegel glad en effen,
stond de onbewogen Oceaan.
Daar streefde ’t vaartuig onbekommerd
de blauwe baan der baren door,
bij wier door niets gestoorden vrede
het weekste hart zijn vrees verloor,
het moedigste vergeefs een voorwerp
ter koeling van zijn strijdlust zocht.
Ik luisterde, en vernam geen murmling,
geen zuchtje op het zilten vocht,
geen aanval, neen! van kokend zeeschuim
op de onverzettelijke rots;
maar louter vrede en samenstemming,
bij staking van het golfgeklots,
had overal de kamp vervangen
der elementen met elkaar,
en stil was ’t strand, waarop de vloed wies
me nauwlijks opgezette baar.
Mij dacht, geen dag was immer schoner,
geen gouden zonneschijf bescheen
met rijker stralen ooit te voren
het lachend landschap om ons heen…
Daar lette ik eensklaps op de zeeman,
die voor- op voorzorg nam aan boord, —
de lange kalmte van de hemel
had hem — verschrikt meer dan bekoord,
die door geen zucht gestoorde stilte
een dreigend zeegevaar voorspeld,
dat luchtazuur, door niet beneveld,
een onvermijdbaar stormgeweld! —
De les drong door tot in mijn binnenst,
ik zuchtte diep, want ik verstond!
Hoe aan de zeeman had ik die lichtglans
aanstaande donkerheen verkond?
En mij — een ogenblik verheldring
had me aller stormen vroeger woên,
als waar ’t in overmoed, vergeten
ja, niet meer mooglijk wanen doen?
Ik dacht alreê mijn boezem veilig
voor ’t bloeden van een nieuwe wond,
na al de jammren die ’k doorleefde,
na al de smerten die ’k doorstond.
’k Vertrouwde ’t schijnsel, zonder aarzling
van een mij vreemde voorspoedszon,
ik waande dat na zoveel woelens
de dag der rust voor mij begon!
Mijn hulk voortaan zou veilig drijven,
tot ze eenmaal havende in het graf…
ach, anders leerde mij het voorbeeld,
dat mij de ervaren zeeman gaf. —
Heer! vind’ in U mijn hart de ruste,
eer ’t weder duister om mij word’!
Heer! zoek’ by U mijn ziel de toevlucht,
eer haar de branding overstort’!
Te koen, te ruimschoots dorst ik hopen!
o! Dat ik, needriger te moê,
in U alleen de sterkte zoekend
van ’t zelfbetrouwen afstand doe!


1851.

Schrijver: Isaac da Costa
Inzender: Redactie, 1 dec. 2016


Geplaatst in de categorie: religie

4,0 met 2 stemmen 1.318



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)