inloggen
voeg zelf poëzie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 4908):

Sonnet op een pijp, die ik niet aan kon houwen

O gouden zon! wiens licht noch nooit is uit gegaan,
Maar die gedurig brandt bij ons, of d'antipoden;
Gij, die geen zwavelstok noch vuurslag hebt van noden,
Om (of gij wierd gedoofd) u weer in brand te slaan:

Gij van wiens vuur al de planeten en de maan
Haar leven trekken als de mensen van de broden,
Ja, zonder wie ons vuur geen pot zou kunnen zoden,
En niemand schier een bout half gaar zou kunnen braên.

Gij, welkers vrolijk licht de wereld doet herleven,
Met recht wordt u de naam van godlijk toegeschreven,
Nadien ge al meerder deugd op aard doet als de wijn;

Ik zal tot uwer eer een hoog altaar doen bouwen,
Zo gij maakt, dat dees pijp, die schier geen vuur wil houwen,
Mee eveneens als gij altijd ontvonkt mag zijn.

Afrikaense Thalia (1678)

Schrijver: Wilhelm G. van Focquenbroch
Inzender: Redactie, 28 mrt. 2017


Geplaatst in de categorie: humor

4,0 met 1 stemmen 230



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)