inloggen
voeg je poezie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 607):

Liedeken

's Nachts rusten meest de dieren,
Ook mensen goed en kwaad,
En mijn Lief goedertieren
Is in een stille staat:
Maar ik moet eenzaam zwieren,
En kruisen hier de straat.

Ik zie het zwierig drijven,
Ik zie de klare* maan,
Ik zie dat ik moet blijven
Alleen mistroostig staan.
Ach lief, wil mij gerieven*
Met troostelijk vermaan*.

Ach Lelie hoog verheven,
Verheven in mijn zin,
Mijn hope van mijn leven,
Gewenste, schoon Vriendin,
Wil mij, u jonstich, geven
Een lieve wedermin.

Met hoop en vrees bevangen
Met een gestage strijd
Van zorgen en verlangen
Verwacht ik nu ter tijd
Van u mijn troost t'ontvangen:
't Woord, daar men lang om vrijt.

Mijn vruchteloos verwachten
Mijn kommer niet en blust,
Zult gij mij heel verachten
Och voedster van mijn lust!
Maar ziet - ik onbedachte
Klaag nu, zij leit en rust.

Och slaapt gij, mijn behagen,
Terwijl ik doe mijn klacht?
Wat baat mij dan mijn klagen
Nu gij de dove slacht*?
Ik sal 't geduldig dragen,
Ick wens u goede nacht.

Adieu, Prinsesje jeughelijk,
Mijn vrouw van mijn gemoed:
Adieu en droom geneugelijk,
En slaap gerust en zoet:
Ach 't is mij zo onmeugelijk
Te rusten als gij doet!

--------------------------------------
helder
tegemoet komen
troostende woorden
op een dove lijkt

Groot Lied-boek

Schrijver: Gerbrand Bredero
Inzender: JM, 19 aug. 2003


Geplaatst in de categorie: liefde

3,4 met 21 stemmen 3.834



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)