inloggen
voeg je poezie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 1077):

Op de Vijf Zinnen*

’t Misbruik der zinnen werkt in ’t einde pijn en smart,
Doch ’t redelijk gebruik vernoegt des mensen hart;
Dat ’s aardse zaligheid. Wie wenst hier groter goed,
Als, in ’t gezonde lijf, een gans vernoegd gemoed?

HET GEZICHT.

De blinde, die weleer aanschouwde ’t lieve licht,
Kan tuigen, wat het zij* te missen het gezicht,
Te wroeten, als de mol, in duisternisse en dromen.
De blinde is hallef dood; men leeft door ’t oog volkomen.

HET GEHOOR.

Het redelijk begrijp, in ons het Godlijk deel,
Veroorzaakt tussen mens en dier een groot verscheel*;
Maar och! wat zou het zijn, ontbeerden wij de spraak?
En nog waar* beide niet, zo ons ’t gehoor ontbraak’.

DE REUK.

D’ ontloken rode roos heeft niet dan blad en kleur,
Bij reukeloze neus, niet snuffende de geur;
De reuk des geurs verkwikt het kwijnend hart des zieken,
En bindt aan ’t lijf de ziel, die vlug was met haar wieken.

DE SMAAK.

De smakeloze tong wordt met geen lust gevoed,
Zij weet van wrang noch zout, noch bitterheid, noch zoet.
De zoete saus is smaak, al schafte zelf Jupijn*;
Want, waar de smaak ontbreekt, daar kan niet lekkers zijn.

HET GEVOEL.

’t Gevoelen is de min, waar naar het alles jankt*.
Het kittelt zelf Jupijn, zodat hij ’t zich bedankt.
Men neem ’t gevoelen weg, zo treurt het welig wicht*,
Met fakkel zonder vlam, met koker zonder schicht.

-------------------------------------------------
* zinnen - zintuigen
* zij - is, betekent
* verscheel - verschil
* waar - zouden zijn
* Jupijn - Jupiter, de Romeinse oppergod
* jankt - verlangt
* wicht - kind: Cupido, god der liefde

Anno 1643

Schrijver: Joost van den Vondel
Inzender: JM, 16 dec. 2004


Geplaatst in de categorie: lichaam

3,2 met 18 stemmen 5.008



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)