inloggen
voeg je poezie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 1130):

Op het schoon zingen van juffer Appelona Pijnbergs

In 't rijzen van de koele dag,
Als ieder nog te slapen lag,
Zat Appelona, die ik zag
- ‘t Zijn mij geen dromen –
In de schaâuw der bomen
En streelde een luit,
Terwijl zij uit
Een heldere boezem zong.
Stil hield de tong,
Die ’t geveert’*
Van het hele woud braveert*.
Het zingen,
’t Springen,
’t Fluiten,
‘t Tuiten
En ‘t zwieren,
Gieren,
Dat
In de
Linde
Leefde
Zweefde,
Was nu stil en zat
Te luist'ren;
’t Fluist'ren
Van de blaên* ging zacht;-
O Goên*,
Zo schoon
Een zang!
Haar dwang
Heeft mij verkracht*.

---------------------------------
*geveerte = gevederte, gevogelte
*braveert = overtreft
*blaên = bladen, bladeren
*goên = goden
*verkracht = overweldigd

Schrijver: Jan Luyken
Inzender: Lau Kanen, 27 feb. 2005


Geplaatst in de categorie: muziek

3,2 met 16 stemmen 3.508



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)