gedichten.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
start rijmen vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud











bal bal
rssRSS




Dichters:



Kaart van je gedicht





Garnier Projects


depressie test
burn out test
Angst


tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 2625):

De avond valt, het wijde land wordt donker

De avond valt, het wijde land wordt donker,
Maar in mijn doffe hersens brandt een licht,
Was het der zonne scheidende geflonker,
Die als een schat in mij gezonken ligt?

Ik zie mijn beeld zich aan mij openbaren,
Ik zie mij bukken als een dampend beest,
Ik zie mij spitten tussen wonderbare
Kleurspelingen van een wegstervend feest.

Mijn handen zijn gemetseld aan de spade,
Daarmee sla ik de grond die openbreekt,
Mijn handen zijn twee sterke stalen bladen,
Met harde bulten die de zon niet weekt.

Ik kan met hen niet anders doen dan breken,
Wat zij aanvatten in hun hengsels, kraakt,
En nochtans zou ik willen dat zij leken
Zooals mijn hoofd, door iets zeer zachts geraakt.

Mijn hoofd, dat werd van morgen toegefluisterd,
Door een zeer milde stem die trok voorbij,
Ik heb aandachtiglijk in haar geluisterd,
Van haar muziek verbleef gezang tot mij.

Ik weet niet hoe dit werd, de om mij staande
Boomen alleen in haar wijde kom,
Zij waren alle eensklaps henen gaande,
En trokken op, ginds waar de verte glom.

Ik keek hen na, ik trok niet met hen mede,
Ik stond gemetseld aan de harde grond;
En toch geleek het of ik werd vergleden,
En mij met hen in zaligheid bevond.

Mijn oude moede ogen werden levend,
Zij keken over tak en bladen uit,
Ik kuste deze en zij, antwoord gevend,
Waren als het zingen van een fluit.

Ik zag mijn grove trekken zich ontspannen,
Ik hoorde naar mijn keel een stil geklop,
Ik was niet meer aan d’oude plek gebannen,
Daar was een teder iets, dat nam mij op.

Dat het mij spreuken van de bladen lezen,
Dat zei een vreugdewoord dicht aan mijn oor,
Het was alsof ik werd een mensenwezen
En ‘t oude leem van mijn bestaan verloor.

Ik hoorde om mij heen de kleuren spelen,
Mijn gore loden handen werden licht,
Ik wou de wolken aan de einder strelen,
Ik werd als naar de hemel heengelicht.

Toen zag ik neer, ik stond nog bij de spade,
De beide voeten in de grond geplant,
Mijn handen overdwars en zwaar geladen;
En boven mij was avondzonnebrand.

schrijver

Schrijver: Abraham van Collem
Inzender: Redactie, 20-06-2009



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: natuur

Zoek naar vergelijkbare inzendingen


Deze inzending is 2111 keer bekeken

3/5 sterren met 11 stemmen.





Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









start  |   rijmen  |   vragen  |   forum  |   links  |   zoek  |   contact  |   gastenboek
inhoud           snelsonnet           gedichten           netgedichten
poëzie       hartenkreten       nederlands.nl
adverteren
vrijwaring