biografie: Antony Winkler Prins
1817 - 1908
[Voorst 1817 - Voorburg 1908)
Antony Winkler Prins studeerde natuurwetenschappen en letteren te Utrecht, daarna theologie te Amsterdam, en werd doopsgezind predikant, eerst in Tjalleberd (1841-1850), van 1850 tot 1882 te Veendam, daarna emeritus.
In zijn Utrechtse studietijd maakte hij kennis met een aantal gelijkgezinde schrijvers, onder wie J.J.L. ten Kate, die in de jaren 1842-1844 verantwoordelijk waren voor het eenmaal in de veertien dagen verschijnende satirische literaire tijdschrift `heel in rijm' Braga. Van dit blad bezorgde Winkler Prins in 1883 een nieuwe uitgave met inleiding en toelichtingen. Ofschoon hij verschillende dichtbundels schreef, leeft zijn naam vooral voort door het feit dat hij vrijwel zonder hulp van anderen de eerste grote Nederlandse Geïllustreerde encyclopaedie: woordenboek voor wetenschap en kunst, beschaving en nijverheid (16 dln., 1870-1882) samenstelde.
Werken:
De droom (1837); Durwic, de laatste bard (1839); Het steekspel op het Huis te Duyn (1843); Bemoediging in tegenspoed (1847); Aan A. de Lamartine (1848); Zwitserland (1860); Tempel- en tafelzangen (1880); Het duivelsvuur van Schiermonnikoog (1895).
Inzendingen van deze schrijver
10 resultaten.ONWEDER
poëzie
3.3 met 10 stemmen
2.121 De lucht is zwart, en sluit een enge kring
Van wolken om het aardrijk heen,
En pakt zich zwijgend meer en meer op één.
Geen enkel koeltje geeft verademing;
De noordewind, die afwaait van de zee,
Voert in zijn vlucht zelfs hitte en stiklucht mee.
Natuur is stil; - het lied der voglen zwijgt,
Slechts ’t rundvee loeit, versmachtend en verhit,…
Het veenkoloniaal volkslied
poëzie
4.3 met 6 stemmen
3.295 Wild en woest en ledig
Was het ruwe veen,
Slechts de heide vlocht er
Kransen overheen.
Boog zich over d'oevers
Van de bruine plas
En verborg de diepte
Van het zwart moeras.
Zie, daar nad'ren mannen
Met een ijz'ren wil.
Aan de zoom dier poelen
Staan zij peinzend stil.
Broeders op ten strijde,
Op, de band geslaakt,
Die de schatten…
SENTIMENTELE POËZIJ
poëzie
3.7 met 13 stemmen
3.866 Duizendtallen oceanen
Zijn in 't eindloos wereldmeer
Van mijn bittre weemoedstranen
Slechts een droppel en niets meer.
Honderdduizend eksterogen
Doen de zwerver minder smart,
Dan het branden van mijn ogen,
En het smachten van mijn hart.
Tachtig uitgevaste leeuwen
Om het leger der hijëen,
Kunnen samen nooit zo schreeuwen,
Als ik huil…
DE RIJMELAAR
poëzie
4.2 met 8 stemmen
3.176 Hij is een klankenluis, een lettergrepenteller,
Een taalmans ongerief, een knullig woordbekneller,
Een nagelbijtig beest, een pennezuigend dier,
Een onzinmakelaar, een vorst van scheurpapier,
Een pronkziek pauwenkind, die met zijn staart wil prijken
En allen domoors doemt, die naar zijn benen kijken,
Een koekoeks kiekenbroed, een opgebarsten klok…
Bui
poëzie
4.0 met 4 stemmen
1.677 Grimmig snellen rondgerolde wolken,
Eindeloos grote kluwens, aan door 't blauw.
Doodse stilte! Toch, ze naadren gauw,
Scherp weerspiegeld in de molenkolken.
Schelle fonkling van miljoenen dolken;
Dan de donder; en, van regen lauw,
Schudt de wind de hechte molenbouw,
Loeit het rund, dat wegvlucht, ongemolken.
Zuiver, als geslepen edelstenen…
Duizendtallen oceanen
poëzie
3.0 met 4 stemmen
1.641 Duizendtallen oceanen
Zijn in ’t eindloos wereldmeer
Van mijn bittre weemoedstranen
Slechts een droppel en niets meer.
Honderdduizend eksterogen
Doen de zwerver minder smart,
Dan het branden van mijn ogen,
En het smachten van mijn hart.
Tachtig uitgevaste leeuwen
Om het leger der hijëen,
Kunnen samen nooit zo schreeuwen,
Als ik huil om…
Waarom
poëzie
3.8 met 5 stemmen
1.485 Als na de kalme zomernacht
Mijn voet bij ’t liefelijk ochtendblozen
Door veld en weiden om gaat dolen
En soms, vermoeid van ’t rusteloos dwalen,
De onbestemde tred verzacht,
Dan boeien fris ontloken rozen
En hemelsblauwe veldviolen
En witte leliën der dalen
Het meest mijn boezem door haar pracht.
En daalt de zon in ’t westen neer,
Verspreidt…
De kerk in 't bos.
poëzie
2.2 met 4 stemmen
1.049 (Canon)
Kling - klang! Kling - klang!
O - ver het woud
gal - men de klok-ken als Eng'-len - ge - zang,
Vlei - end met to nen van zil-ver en goud:
Kling- klang, kling - klang, kling - klang, klang!
Kling - klang! Kling - klang!
Sta - tig van stem roe - pen de klok-ken met stre-len - de drang:
Na - der, o na - der, o na-der tot…
Sentimentele poëzij II
poëzie
3.4 met 9 stemmen
3.316 II
Ach, wat blijft me uw afzijn kwellen!
Scheiding, ach, een ijslijkheid . . .
Doch – ik zal eens even schellen
Om Katrijn, de linnenmeid.
Diep in droefheid neergezeten,
Schrei ik om de dood en ’t graf, -
Kom, Katrijn, de kamer vegen!
En veeg ook mijn tranen af!
Scheiden is niet uit te houên
Lachjens, lustjens gaan…
GEDACHTE
poëzie
4.1 met 9 stemmen
3.437 De bloem, door gure najaarsvlagen
Verschrompeld en verdord en van de steel geslagen,
Verrukt het oog niet meer;
Maar als de lente naakt, de winterboei verbrekend,
En langs het grazig veld de schoonste kleuren tekent
Dan rijst zij schoner weer.
Zo wisselt alles hier beneden:
’t Verachtelijk slijk, waarin wij vaak met huivring treden,
Is dikwijls…