Brünig
poëzie
3.6 met 8 stemmen
2.074 Augustusnacht. – Aan ’t overkant van ’t dal
Bruist uit onzicht’bre sneeuw een waterval.
In schaduw ligt de weg. Over de stammen
Sprenkelt de koele maan zijn blauwe vlammen.
Ergens in struiken zweeft krekelgesjirp.
Door ’t donker zagend met zijn zaagje scherp.
Ontzaglijk zwenkt, angstwekkend hoog en wijd
De Grote Beer zijn gouden majesteit…
Wat is het goed aan 't hart van zacht verliefd te zijn
poëzie
3.5 met 4 stemmen
1.337 Wat is het goed aan 't hart van zacht verliefd te zijn,
zijn luimen naar een verre' of naêre lach te meten,
en, te elken avond weer het kommer-brood gegeten,
weer blij te mogen rijze' in iedre morgen-schijn,
deed nieuwe liefde-lach het oude leed vergeten.
Ik weet niet wat geluk is; maar uw schoon gelaat
is kalm, en maakt me blijde, en doet…
Aan Oscar Wilde
poëzie
4.0 met 4 stemmen
1.502 Reading: schrei niet, hier is het wreed gebouw
Waar een dichter in den tredmolen liep,
Dorst leed, honger, op een plankenbed sliep,
Teedre handen stuk trok aan 't geteerd touw.
In een tredmolen: loop, dat niet de grond
Uw voeten breekt, die onder uw voet wijkt;
Kramp vast uw handen, als uw kracht bezwijkt
Slaan wentlende treden uw voeten wond…
Najaarslaan
poëzie
3.9 met 17 stemmen
5.242 Ik keek in de gouden heerlijkheid
Van een najaarslaan,
Het was of ik de goudene deuren wijd
Zag openstaan,
Het werd mij, toen ik binnen ging,
Of ik door gouden gewelven liep:
Ik aarzelde even, ik ademde diep,
Diep van verwondering.
Ik voelde mij eerst als een kindje, dat stout
Doet wat verboden is;
Ik sprak: 'Zijn voor mij die gewelven…
Uw kusjes
poëzie
3.8 met 5 stemmen
1.648 Uw kusjes hippen en springen
als vogeltjes op mijn lippen:
ik hoor ze er hun wijsjes zingen,
ik laat ze er zich laven en nippen.
Dan slaken de mijne hun vleuglen
en zweven hun zusteren tegen.
Wel poog ik hun vlucht te beteuglen:
zij fladdren al halverwege.
En zo vaak zij elkander genaken,
zie ik - hoe duidlijk - twee vlammen,
hartsvormig…
De doodstraf
poëzie
3.8 met 12 stemmen
2.945 Zij kwamen hem wekken te middernacht.
- Hij ademt zo kalm en hij slaapt zo zacht.
Zij zagen die rust op de ruwe spond;
Zij riepen hem driemaal voor hij het verstond.
Hij opende de ogen en zuchtte zo diep,
Hij wist het, het was de dood, die hem riep.
Het was een klare zomernacht.
Zij hadden hem liever genade gebracht.
Zij lazen…
't Is nu de kentertijd
poëzie
4.5 met 2 stemmen
1.321 't Is nu de kentertijd
dat de vrouw naar nieuw levenswater glijdt;
diep water, waarin bare' als Bergen klimmen;
wijd water, en ver aan de verre kimmen
verwaast vredes zacht-bloeiende kust.
0 Maatschappij, gij zee, die kent geen rust,
uit de luwe kreken van het verleden
zwemt de vrouw naar uw ruwe machtigheden.
Het is nu ook de…
Aan zee
poëzie
4.0 met 4 stemmen
1.269 O te luistren naar de zee,
Tot de ziel ga fluistren mee:
Tot haar zwijgen
‘t Wonderwoord
Uit zijn diepten stijgen
Hoort!
Alle malen, hartezwaar,
Kere ons zoekend dwalen naar
‘t Bruisend breken
Van de vloed
Waar de ziele spreken
Moet.
't Lichte zingen van de zee
Draagt de ziel op zwingen mee
Waar zij dichter
Bij de poort
Zachter spreekt…
Wandeling zonder maan
poëzie
4.0 met 1 stemmen
1.310 De grote mensen zijn naar bed gegaan.
Mijn lieve kind, wij zouden kunnen lopen
om 't huis, door 't donker, maar het hek staat open,
de straat op, onder een lantaren blijven staan.
Wij zouden kunnen zoeken naar de maan,
die als een spelbreker opeens is weggekropen.
Dit licht volstaat? maar 't trekt muskieten aan!
Kom mee, een voorraad…
De Leidse visser en het Haarlemmer meer in 1852
poëzie
4.3 met 3 stemmen
1.853 Nu is het Meer niet meer;
Het moet zijn water missen;
Het krijgt het nimmer weer -
En nog wil Caubes vissen.
Het wilde-andijvie-kruid
Schudt overal zijn stengelen,
En strooit zijn pluizen uit -
En nog wil Caubes hengelen.
Het koolzaad zal eerlang
Hier veld bij velden kleuren;
Het ploegpaard komt te gang -
En nog wil Caubes…
WEELDES HERDENKING
poëzie
4.0 met 6 stemmen
1.018 Ter stad gekeerd herdenk ik blij de weelden
Der donkre heide, breed en eindeloos,
Van 't hoge bos waar reeds de blaren geelden
En van de dreven die mijn dolen koos.
Iedere dag, of zon en geur mij streelden
Of dat de regen viel, stil-troosteloos,
Was vol van vrede en dromen die me omspeelden
Als vlinders soms een teer-ontbloeide roos…
Aan de lateren
poëzie
3.9 met 7 stemmen
1.213 Wat ik geschreven heb, dat blijft geschreven.
Wat ik misdreven heb, dat is gedaan.
Ik sterf getroost. Maar zij, die later leven,
Zullen mijn lied, mijn leed en mijn hartstocht verstaan.
--------------------------------
uit: Kwatrijnen (1924)…
CIRCE
poëzie
4.1 met 10 stemmen
1.629 Daarnevens bromt het woelig bal. Hier, in de gangen,
hier zingt en brast men woest. Een weiflend gaslicht daalt
met spookrig weemlen op der drinkers paarse wangen
en speelt in 't gulden nat dat in de bekers kraalt.
Daar rijst zij op, de forse en zwierge leest omvangen
door rood fluweel, waarin het blank der borsten praalt,
het wezen door een…
Vogelenzang
poëzie
4.0 met 2 stemmen
1.530 Het is het feest der vogels en der koren
Geboorte en der welluidende gedachten;
‘t Vergeten zijn der eindeloze nachten,
Toen in de borstjes lag de stem bevroren.
Hun vlucht is heel de wereld door te horen;
Als uit de veren keeltjes trilt het jachten,
Schieten de tonen wieken aan en krachten…
Bedil de zang niet, open wijd uw oren.
De onschuldigheid…
Liefdesverklaring
poëzie
5.0 met 2 stemmen
1.688 Hoe schoon zijn uwe voeten
Wat zijn uw schoenen duur
Wanneer mag ‘k u ontmoeten?
Mijn liefde is zeer puur.
Gij zijt niet overbodig
Gij hebt zelfs voor uw neus
Niet eens een zakdoek nodig
Zo schoon is deze, heus.
Uw oren met z’n beiden
Staan aan de buitenkant
Die kunnen mij verleiden
Te vragen om uw hand.
Gij hebt een braaf karakter…
Ons lichaam rust wanneer wij eindlijk slapen
poëzie
4.0 met 1 stemmen
760 Ons lichaam rust wanneer wij eindlijk slapen,
Maar meer de ziel van het langdurig waken.
Dan rijst zij traag uit haar kortstondig thuis
Om tot de droom, die leven heet, te ontwaken.
------------------------------------------------------
uit: Opwaartsche wegen, jrg 9 (1931-1932)…
Nacht
poëzie
3.7 met 3 stemmen
901 ’t Gestarnt’, dat de avond wekte in ’t Zuiden
Is reeds in ’t spieg’lend meer gezwicht.
De maan onthult haar kwijnend licht;
En drinkt de balsemgeur der kruiden.
De nacht, reeds half voorbijgesneld,
Heeft aller scheps’len oog geloken.
De tortel rust, in ’t nest gedoken;
De leeuwerik bij zijn gade in ’t veld.
Zijn…
Hier moet en zult gij zwijgen
poëzie
4.0 met 2 stemmen
820 Hier moet en zult gij zwijgen
o gij, waar geen van weet,
een poosje zwijgen en slapen,
mijn Leed!
Een poosje moet gij sparen
uw tandjes, zo scherp en wreed;
niet bijten meer, niet knagen,
mijn Leed!
De hoge beuken reuzelen
zo stil in de stille lucht,
en de kalmus, aan mijn voeten,
't is net, alsof hij zucht.
En het water, aan mijn…
Jaloezie
poëzie
3.5 met 2 stemmen
3.803 Laat mij de angel van 't venijn,
door argwaan in uw hart gedreven
uittrekken, en een felle pijn
de aanvang zijn van het genezen.
en laat ons langs het steil ravijn
opnieuw de oude weg betreden
die ons terugvoert naar het huis,
dat in de duisternis beneden
nog aan de voet der heuvel ligt;
waar gij zo eenzaam hebt gestreden,
toen leed de liefde…
Tot de gesluierde zomer
poëzie
4.0 met 3 stemmen
1.868 Wat wilt ge, o Zomer, 't aanzicht niet ontbloten,
Maar schuilt en houdt de sluier voor die ogen,
Die ons te aanschouwen nimmer nog verdroten,
Hoe vaak ook hun beloften ons bedrogen.
En schoon ook soms die plooien het gedogen
Dat onze blikken langs uw leden schoten,
Wat troostten ze ogen, die niet drinken mogen
Stromen, die u uit de open ogen…