Herdenking.
Wij schuilden onder dropplend lover,
Gedoken aan de plas;
De zwaluw glipte 't weivlak over,
En speelde om 't zilvren gras;
Een koeltje blies, met geur belaân,
Het leven door de wilgenblaân.
't Werd stiller; 't groen liet af van droppen;
Geen vogel zwierf meer om;
De dauw trok langs de heuveltoppen,
Waar achter 't westen glom;
Daar zong de Mei zijn avondlied!
Wij hoorden 't, en wij spraken niet.
Ik zag haar aan, en, diep bewogen,
Smolt ziel met ziel in een.
O toverblik dier minlijke ogen,
Wier flonkring op mij scheen!
O zoet gelispel van die mond,
Wiens adem de eerste kus verslond!
Ons dekte vreedzaam wilgenlover;
De scheemring was voorbij;
Het duister toog de velden over;
En dralend rezen wij.
Leef lang in blij herdenken voort,
Gewijde stond! geheiligd oord!
----------------------------------
uit: Gedichten (1820)
Inzender: Redactie (H), 30 mei 2026
Geplaatst in de categorie: liefde

Er zijn 3 reacties op deze inzending:
“De zwaluw glipte ‘t weivlak over”
ga ik morgen gebruiken als eerste en laatste zin in mijn afscheidstoespraak voor mijn gestorven vader.
Pa hield niet van gedichten, maar wel van vogels.
Ik vind het een troostende vers-regel.
Fragmenten wist ik nog, maar eindelijk, dankzij uw site, heb ik het gevonden!