(schrijverslusten buigen mooie letters
slechts gerangschikt rond de vorm van geesteskinderen)
in het nevelmeer van nu verandert niets
er drijven woorden over, tot de oevers
van vandaag
overal krult leven rond de grip op alle dingen
in veranderingen schuilt mijn glimlach
warmer
nu een bloem haar zachte blaadjes beurt
de herfst verkleurt…
spon zich als een strop
om zijn nek
Dronken van verdriet
maakte hij de knieval
voor het kille doodsbed
toen zijn lichaam er ontheemd lag
en zijn ziel werd ontkleed
In verlatenheid ontfermde het licht zich over hem
met de wassende tranen van zijn vriendin
die de hemel rood schreide
En waar hij nu nog voortleeft
in zijn geesteskinderen…
stille echo's tegen hoge
onbereikbare kammen
en albatros, vleugels uitslaand
boven witte krijtrotsen
waar een zinkend schip
is gestrand
nemen afscheid van jou
in een verschraald landschap
jij dichter, gevorderd of nog
in de kinderschoenen
Wees niet bang, huiver niet
- ook een dichter(es) bijt niet -
om op elkaars eitjes geesteskinders…
Op gangen en wegen
langs heuvels en dalen
dient sluipenderwijs
bij tijd en wijle
de noodzaak tot inzicht
in eigen beweging
van introspectie
tot zelfreflectie
zich vroeg of laat
hoe dan ook aan
ter voorkoming
ener nakende
niet uitgesproken
doch wel voorvoelde
winterdepressie
cerebrale regressie
door minder doorspoeling
van bloedvaten…