Geen groter harmonie dan
het afstemmen van mijn radio
op de zender die uizendt
via de ghetto-blaster
van de schilders die werken
aan de buitenkant van
het Samuel de Zeehof dat
twee armlengtes is verwijderd
van mijn gehoororgaan…
Langzaam breng ik mijn hand naar de kop of wat daarvoor doorgaat: een kwabbig uitsteeksel met twee ogen, een mond en twee diepe poriën die als gehoororgaan dienen. Bevend hef ik mijn arm op.
Ik kijk, durf haast niet te kijken. Dan steek ik toe - snel, hard en onverbiddelijk. Geluidloos lost de kop van het ondier op in helder water.…