Ik hoor jouw haarlak,
daar ik ervan moet hoesten
ik ruik jouw pijn,
daar jij ervan gaat zweten
ik begrijp jouw lieve woorden,
daar ik ervan ga zweven
ik voel jouw liefde,
daar ik ervan verstijf
ik beleef jouw liefde,
want dat is een boemerang…
Zij hebben proviand voor dagen
en haarlak in hun oude tas.
Een plastic netje voor de regen.
De dag wordt weer als vroeger was.
Zij zingen van een oud plezier
en zeggen met hun droge lippen:
'de dag zal komen als hij is'
en kletsen op hun schrale dijen.
Maar in hun schoot brandt het gemis.
Een droefheid waarvan ogen schreien.…
Haarlak????”
“Ja, Opa, haarlak …..en nou zal ik je laten zien hoe ik die knaak ga verdienen”.
En ik pakte het wormpje over en spoot er haarlak op tot hij zo stijf was als een spijker, en toen stopte ik hem terug in z’n holletje.
“Thuis gekomen hebben we het verhaal aan Oma verteld ….. Oma, weet je nog?…