De heer Bartels had al verscheidene huwelijksadvertenties gelezen: Vlotte jongeman, baan in het bedrijfsleven enzovoort. Daar hoorde hij niet tussen, dat wist hij, maar wat dan?
Eeuwig alleen blijven?
Hij kon zich daar niets bij voorstellen. Om eerlijk te zijn: van een huwelijk ook niet; welke vrouw zou hem willen hebben, hij, de kleine, kortbenige…
Een routinegebaar:
binnen zeventien jaar
heeft ze zeventien telgen gekregen.
Dat ze weduwe is,
voelt ze als een gemis,
want de huismanhulp blijft achterwege.
Op een huw'lijksbureau
zegt de vrouw: 'Ik hoop zó,
dat ik snel een trouwlustige vent zie.'
De bediende daar zegt:
'Ik voel zélf voor de echt'
en omzeilt zo een trouwadvertentie.…