Voor mijn slaapkamerraam zit ik op de uitkijk
Te wachten op het meisje van de krantenwijk.
In haar ene hand heeft zij de krant
En maakt een kom beweging met haar andere hand.
Snel ren ik van de trap af naar buiten
Van blijheid begin ik te fluiten.
Maar was haar wenk wel voor mij
Of was ik voor niets blij.…
Dat laatste is zeker waar, de enkeling met een krantenwijk daargelaten. Maar wij hadden zaterdag tot half één school. Ik begon dan altijd meteen mijn huiswerk voor maandag weg te werken, zodat ik de zondag had om ongeremd te lezen.
Lezen werd niet door de school opgelegd.…
Ook hij is klaar met zijn krantenwijk.
De man loopt het trapje op en stopt de krant in de brede gleuf naast de voordeur
Ik weet niet wat voor nieuws ik morgen breng' denkt hij 'maar één ding weet ik wel: ook morgen komt de zon weer op, zullen mensen gestorven zijn en nieuwe aarbewoners geboren worden.…