'Och, dat is haar lievelingsplekje,' zei mevrouw Deluw. 'wij zullen haar eens gaan opzoeken. Het is er koel, en wij kunnen er uitrusten.'
Zij naderden het lievelingsplekje; de dochter stond op, en neeg nogmaals voor de heer Bruis.
Mevrouw Deluw ging naast haar dochter op de tuinbank zitten, de heer Bruis vond er een stoel.…