Ik beklim langzaam de louteringsberg.
Hierboven is het koud en de schapen blaffen.
Wieldoppen rollen omlaag.
Mijn vijand wacht op me.
Het gevecht kan beginnen.
Het stof schuurt mijn ogen.
Ik huil bloed.
Verwoed steek ik in de duisternis.
Mijn zwaard dringt een lichaam binnen.
Zijn ogen bloeden achter het masker.…
Ondanks de verlichting, ondanks de multiculturele globale tendensen, plaatsen anders gelovigen elkaar [waarschijnlijk] niet op de louteringsberg (laat staan in de hemel) en kreunen en steunen ‘de anderen’ nog steeds in de onderkringen van ‘waar men alle hoop kan laten varen’.…