Het water kwam hem in de mond.
Hij keek de koekjes uit het doosje,
gluurde naar elk suikerroosje
dat in de bakkerswinkel stond.
Bedremmeld keek hij naar de grond
toen de bakkersvrouw, zo'n heel gezonde,
hem direct vroeg, onomwonden,
wat hij van haar 'tetten' vond.
Ze reikte hem zo'n bruine mop
met flink veel chocolade op.
Had zij dit…
============
==================
zij heeft de zon van de evenaar op haar heupen,
haar ogen zijn groene bosmeren,
waar namen van mannen langzaam naar de bodem zinken.
de wind, de zon, de dag, de avond, waait om hem heen.
hij sleept zijn leven als een blok hout met zich mee
het vroege voorjaar snijdt door zijn jas
de motor tikt nog uren na…
deuren
brengen ze voor het leven binnenshuis; de zonneschijn
zo verbinden huis en tuin zich in licht en groen voor kerst
de vuurkorven en -schalen, de lantaarns en tuinkaarsen
we zoeken naar gezelligheid, want alles moet op zijn best
we maken veel en vroeger licht in de hoge kandelaren
we schrijven zelfgemaakte kaartjes,-bakken koekjes en cakes…