Aangekomen bij een stil metrostation,
staar je gedachteloos naar het perron.
In je hoofd klinkt nog net
het macabere sonnet
over het ritme van leegte dat de metro zong.
De deuren sissen dicht voor je beseft
dat die zwarte leegte jou betreft.
Jouw eindige bestaan.…
Waarschijnlijk zit ik over dertig jaar op een verlaten trap in het zwak verlichte metrostation, met in mijn linker hand mijn laatste centen, en onder mijn rechter arm mijn gitaar geklemd. Ik zit daar dan, in mijn oude versleten jas, wetend dat ik de volgende dag zal sterven, op het bankje in het park, helemaal alleen.…
Ook dank namens de
longlist genomineerden
van metro- naar metrostation publicisten
redacteuren der non-fictie
boek adventisten
'redactrices' bestaat niet,
dat jullie dat wisten
dat is clandestien
in de ogen der dames
en heren der tiësto's
en mannen der nono's
der paarse barbaren
van 's lands populisten
De winnaar vandaag…
Je hebt er twee neergeschoten buiten de snackbar en nog eens drie in het metrostation. Ik weet het verdomme niet meer!
Wat zal ik doen? Mijn partner heeft het niet gehaald. Doorzeefd zag ik hem vallen op het perron....Verdomme!, MIJN fout!
Er waren, denk ik, ACHT van die hufters....misschien wel negen.…
En die soldaat die tien jaar onder een betonnen vloer stak in een Brussels metrostation en onlangs werd “ontgraven”.
Wat schreef Lode Zielens (NL)destijds in zijn “Moeder, waarom leven we”?
We moeten het broodnodig eens herlezen.
Er zijn kennelijk nog geen grenzen aan ’s mensen apathie.(hier zijn we zeer voorzichtig bezig).…