Zij spiegelt zich
in een meer
van verstilde tranen
voor de allerlaatste keer
en de echo
van een oud verdriet
weerklinkt
in haar verloren lied
daar danst zij...
over het water
haast zonder gewicht
van vroeger naar later
en van het donker
naar het licht...…
er kleeft een datum aan z’n ondergang
vaalwitte vogels stalen ooit zijn krachten
de wind: verlos hem toch van zwanezang
hij staat hier klein en nodeloos te wachten…
hemelvaart
zonk tussen de woestijnrotsen
laat in de avondschemering
op het rode zand de ongehoorde echo van zijn ziel
en zoog de modder aan zijn zolen hem, tief betrübt zum Tode,
in Gaia's moederschoot terug
verlost van hemelgoden
en hun door muren van 't paleis weerkaatste hoongelach
en het door merg en been gaan
van de zwanezang…
Ik schrijf de woorden
die ik wil horen
die ik wil zeggen
die nooit tegen mij worden gezegd
Ik voel een groeiend gemis
voor iets waarvan ik voel
waarvan ik steeds zekerder weet
dat ik het niet heb gehad
Ik wil een zachtjes houden van
een geruststelling
een liefde net zo fysiek
als het romantiek was
Een liefde die overloopt
van zeggen…
dat naar niets en nergens
toe leidt
Dan zijn noodzakelijk de tovenaars
leerlingen die in hoop en gevaar
hun zwanezang durven zingen
als Phaëton, onderweg naar wiens land,
als dat naar niets en nergens toe leidt?…