Mobieltje op vast plaatsje, de sleutels in het vakje vooraan
Haarborstel niet vergeten, zakdoekjes voor een eventuele traan.
Lipstick, nooit thuis laten, je weet maar nooit
't Wordt vast mijn dagje, onspannen, het verstrooit.
Koffie met gebakje, dat hoort er zeker bij
Babbeltje en praatje, wat voel ik me toch vrij.…
Ik kan nog wel even de andere troep op mijn bureau opruimen: pennen, vulpennen, vulpotloden, een schoenlepel, een schaar, een briefopener, aanstekers, een haarborstel, nagelgarnituurtje, veel brillen: lees- zonne- en gewone, brillendoekjes, brillenkokers, lenzendoosjes, een spiegeltje, lenzenvloeistof, luciferdoosjes, een zakmes, een kettinkje, stiften…
Wieske diepte er van alles uit: haar leesbril, haar SIS-kaart, een kam, een haarborstel, een lippenstift, haar portemonnee (alles zat er nog in). Echter geen gsm! Ze tastte nog eens diep onderaan de handtas en voelde eerst niets dan toch iets achter de voering. En dààr, meneer, zaten haar huissleutels. Wreed hé, meneer, wreed hé!…