biografie: Piet Gerbrandy

Piet Gerbrandy (Den Haag, 1958) is classicus, dichter en essayist. Hij schrijft beschouwingen voor De Groene en poëziekritieken voor de Volkskrant. Zijn debuut werd bekroond met de Van der Hoogtprijs 1997; 'Nors en zonder haten' werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2000.
 Piet Gerbrandy heeft het dikke retorica handboek van Quintilianus, 'De opleiding tot redenaar' in het Nederlands vertaald.

Van de drie dichtbundels die Piet Gerbrandy sinds 1996 publiceerde, zijn er twee met een literaire prijs bekroond. Geen slechte score voor een dichter die als criticus flink van leer trekt tegen poëzie die hem niet zint. In kortaangebonden stijl schrijft hij gedichten over het dagelijks bestaan in een provincieplaats, maar de thema's zijn internationaal en klassiek tegelijk: angst en weerzin. De titelwoorden van zijn bundels geven al veel prijs: weloverwogen, nors en niet bitter is dit werk dat hij zelf omschrijft als 'een soort cyclopische muren' die zijn opgetrokken om de wereld buiten te sluiten. Hij gebruikt weinig lidwoorden, maakt zinnen niet af, stelt raadsels op, lapt de grammatica aan zijn laars en maakt met deze middelen duidelijk wat hij wil. 

Zijn buitenwereld is bevolkt door demonen en heksen, de binnenwereld is het terrein van verleidingen, die het hoofd worden geboden door te schrijven over boezems, masturbatie, wildplassers en chemokarren. En als het om sterven gaat, luidt het advies: sterf als een heer, onopgemerkt


Inzendingen van deze schrijver


Inzendingen van deze schrijver

7 resultaten.

Uit logeren

gedicht
2.7 met 18 stemmen aantal keer bekeken 17.372
In een strak opgemaakte kuil zich aan het koude laken warmen, herten grazend op het dek. Voor ogen kwam een heks, ontvleesde botten aan haar romp, van kirren niet meer bij. Paniek. Waarna men weer het enge grootje beffen wou. En in de hoek haar afgezette benen. -------------------------------------------------- uit: 'Weloverwogen en…

Geen griepje, nee liever steriele

gedicht
2.7 met 68 stemmen aantal keer bekeken 37.352
Geen griepje, nee liever steriele slangen door de neus, haperende symbolen op een schermpje, op de walkman die doorschreeuwt als ik niet meer hoor, My Favourite Things. Zo wil ik dat het gaat: weloverwogen en onopgemerkt. Anonymous, particulier verzekerd. --------------------------------------------------- uit: 'Weloverwogen en onopgemerkt…

Twee jongens kloven stammen, stoken brand

gedicht
3.0 met 25 stemmen aantal keer bekeken 15.591
Pan, tot de rand gepompt water, een anker, zanger van butsen sist op geblakerde staven. Steken droog hout in de stapel, brengen de koude tot kook, vatten smoezelig weefsel, zij tillen het bijna ontilbare op. Rennen dan rond met wat ziedt, roepen woest van gevaarlijk plezier. En de vrouwen, de jonge, van blozende benen, van stro in bruisende…
Piet Gerbrandy22 september 2007Lees meer >

Stapt hij straks aan hand gedwee

gedicht
3.2 met 19 stemmen aantal keer bekeken 14.598
Stapt hij straks aan hand gedwee kleinkroost zijn pier af in banding? Wat knispert daar onder je voeten? Aarzelt hij dadelijk vreemd bij het los in hengsels hangend hek op inklinkend pad van rivierklei? Wat opent het wuivende bos? Beklimt hij stroomopwaarts bodem verliezende stuwwal? Aan mijn hand in zijn groeiende mantel stamelt…

Val

gedicht
2.5 met 30 stemmen aantal keer bekeken 15.942
Wij houden wij houden graag vallende vrienden gezelschap hun falend hun jasjes ontglippend gereedschap onderscheppen wij met een glimlach. Wij bouwen aan een toekomst zonder doden. Wij wrikken aan de pijlers van pest. Onze hartstocht geldt een leven zonder jou. Derhalve onze goedendags geslepen onze roestige carosserieën ontdeukt en stroman…

wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 1
In de twintigste eeuw is er echter iets ergs gebeurd dat Plato noch Shelley had kunnen voorzien: de poëzie heeft niet alleen haar aanspraken op het Ware en het Goede afgelegd, maar wil ook niet meer Schoon zijn, en tot overmaat van ramp is ze ook onbegrijpelijk geworden. In onze eigen eeuw komt daar nog bij dat lezen als een achterlijke bezigheid wordt…

Sluitende man I

gedicht
3.8 met 13 stemmen aantal keer bekeken 11.306
Te midden van jaarloze flessen tast schrander de gymnasiast naar contact in een muur want aantocht van mensen is denkbaar. Uit rokzak puilt een zinderende schuimkraag. Staat kroegjool op springen, het lekt in zijn aards gewelf - ach daar velt hem vonkende stroom, stuipt zijn hart. In baaierd van zwam zal zijn rotting geknakt, hoge zijden…