Je hebt een verre vriend,
hij zag je gaan met lange rokken
en de klompen waarvoor hier zelfs
geen woorden zijn. Nu loop je
aan de hand van beschrijving,
bescherming van niks.
Ze vragen je nu en later
nooit meer terug maar jij,
jij timmert lekker aan de weg
naar nergens. Dat had je gedacht
dat als bedacht verleden
er ook een toekomst te spelen…
Het water rimpelt wrikkeloos
doorheen de tijd.
Hoe dieper je luistert,
hoe meer je ziet.
Zuiver water kent geen bodem
en er tintelt altijd
iets aan de oppervlakte.
Het is de stilte zelf,
terwijl het voortdurend borrelt.
’t Is fijn en kwetsbaar
als kristal wanneer twee mensen
op dezelfde golf zitten.
--------------------------…
Geen denken aan:
hier is de rechterwang
en hier de linker.
Je weet
hoe het om alles staat
hoe of men zich gedraagt -
negeer het straal.
Wat dwars zit in de keel
(een botje, vissengraat)
zij alle eer.
Wil wat niet rijmt
in dit verband
en maak het
werkelijk
nieuw.
-----------------------
uit: 'Raster', 2002.…
Ach, laten wij geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal moeten sterven,
en laten wij ook nimmer praten
van alles wat wij huichelden en haatten.
Zolang een vlerkgespreide leeuwerik blijft zingen
vergeeft zijn God ons al wat wij begingen,
zolang wij kersenbomen zacht in bloei zien staan
dan hebben wij nog niemand kwaad gedaan.
Ach…
Zij is gekleed in kant en koele zijde.
Ze zit rechtop en staalblauw is haar blik
gericht op smalle marges onverstand.
Maar god zij dank ook moeder van geheime zonen.
Ik wil nooit zien hoe zij hun liefde geeft,
voorleest, in parken en aan stranden speelt.
Ze wijst me af en reduceert me tot slavin,
ruikt mijn parfum maar wil mij niet bewonen…