Ik word ouder
en dat is op zich niet verwonderlijk.
Maar wanneer ik op een canapé lig,
die ik zelf niet bezit en
een sigaret neem uit een dure, ivoren doos, die niet bij mij
past,
besef ik, dat ik al veel tijd verknoeid heb
en dat het in de toekomst net zo gaat
al kan ik dat niet zien.
-----------------------------------------------------…
Over de wateren zweeft de twijfel,
ziet ons, grijpt ons,
maakt ons genadeloos tot wie we zijn.
Dat is dus alvast goed afgelopen.
Nu nog slechts van ons af te slaan
zij die aan ons vooraf
bedoeling wensen te zien.
Nog stuurlozer, nog zwalkender gaan wij.
Kijk maar. Nergens heen.
Het is de bedoeling bovendien
dat wij daar niet aankomen.…
schoenendozen vol herinneringen
lieve woorden in vergeeld karton
foto’s van jonge hartsvriendinnen
lachend in de Scheveningse zon
poëziealbums vol geplakte plaatjes
hanenpoten op gekleurd papier
namen van lang vergeten vriendjes
elke woensdagmiddag was plezier
schoolagenda’s vol met popidolen
dezelfde als op posters aan haar muur
koffers…
Elke ochtend gaat ze de oceaan op.
Het wasgoed gaat stinken
potten en pannen koeken aan,
haar huwelijkskleed rafelt
en vervuilt onder zijn boze
blikken.
Wat doet het er toe, zij kijkt toe
hoe de walvissen trekken en ziet
dat het naaimachines zijn,
reusachtige die het sinds eeuwen
stukkie kleed stikken.
--------------------------…
Het kwam door d'avond en hield bij 't raam.
Daar haalt geen nachtegaal bij onder 't schallen
der volle borst, als blij de klinkers vallen,
kristallen nachts; haar stokte 't hart en d'aam.
O, 't moordend uitzien naar wie niet wil plukken
Uw bloem, die - 't is u beloofd - geen rimpel treft,
aleer de zoete rover u verheft:
een zee die opgaat…
Die nacht was ik een jaar of dertig.
Die nacht opgestaan. Het regende uiteraard.
En ik werd ontdubbeling gewaar.
Mijn klef, laf ego
vastgespeld aan mijn dubbel vel
liet los, genadig, ordentelijk.
Voorspeld: kinderen (drie),
teckels (twee), bridge, anjers,
Verzamelde werken, testament.
Ik viel. ik liet mij liggen.
Als een slagroomtaart…