gedanst hebben we, op zilverzwart spiegelend ijs,
we draaiden pirouettes, we bliezen bellen tot
het moment dat Venus verdween en zich verborg,
dat laatste moment, toen ze haar stralen doofde,
gelachen hebben we, in het holst van de nacht,
we verlieten het rokerige café, fietskettingen,
en dronken discussies, midden op straat en toch
dachten…
Omhandig
behelst hij haar
hele ziel, haar hele lichaam
Ze strijkt door zijn ravenzwarte haren
en laat haar tong de vrije lik
Hij riposteert
met een stevig beetnemen
van haar appelvormige borstjes
Ademhaling en gevoel
osmotisch
kosmotisch
chaotisch
Hij beroert haar rug
streelt de dijen
spreidt haar benen
dringt alzo binnen…