dieper almaar dieper
in donk're gedachten
raak ik de zin kwijt
van het bestaan
zo ook de tijd
die nog wel voor me
uitgestippeld was
onraad genaakte
niet weer die koudheid
onzekere leidraad
waar ik op balanceerde
met vage hoop
op beter...…
Felle ogen als een panter
Boven een zwartzijden jurk
In haar gezicht een niet-gespeelde koudheid
Minzaam glimlachend, vol hautaine spot
Meerdere malen
Raakte zij mij rakelings met haar zwijgen
Doordringend, onhoorbare signalen
Uiteindelijk en tenslotte
Ga ik daar langzaam aan kapot…
Na lang vechten heb ik mij van die ketens
Bevrijd
Er kwam ruimte
Om te denken
Ik wilde een brug slaan
Naar jou
Dat wat je me kon geven
Was niet warm maar koud
Jij leefde sober, in eenvoud
Met een diep geloof
Er was een kloof
Bij elke keuze die ik maakte
Zag ik het onvolmaakte
In de perfecte wereld die we bouwden
Om ons heen
De koudheid…