en tegenover het bezongen leven
ligt de doodse stilte op het gras
in het eeuwenoude treurlied
dat door buien van neerslachtigheid
wordt geschreven, ver voor de tijd
en in de diepte van willen vergeten
ik huiver om het kerend verlangen
wanneer de avond, moe gewaakt,
zich wentelt in het niet meer zijn
het zielenzwijgen zondig vindt
wanneer…
en we noemen haar maan
-nieuwe maan
ter onderscheid
van de oude maan
om verwarring te voorkomen
in een voorburgerlijke tijd
moet alles nog blijken
is niemand doof
of in de wind geslagen
toch blijven onze
roepnamen ongehoord
de vlucht naar ‘t heden
slaat een bres
waar precies
waarschuwen we voor
een dode maan in
ongelezen nawoord…
Den stank van de Amsterdamsche grachten te beschrijven zou eene volslagene onmogelijkheid zijn. De geuren van Keulen zijn tot een spreekwoord geworden: die van Amsterdam behoorden in ene eigene geschiedenis beschreven te worden.…
Hij koos de kant van Kloos,
heer Woordeloos
want Willem was
een Tachtiger van woorden
kunstenaars die dichten
over roos en korenbloem
in zonneweiden
en sonnetten als van Perk
uit de antieke doos
Maar hij maakt zich er als
Jantje van Leyden
licht van af, 't is zonde;
ben ik boos?
welnee, geenszins, 't is als
Leopold zeide,…
En ik declameerde:
“EEN VAERSJE IN EEN VOORREEDE TE PAS GEBRACHT
’t Onnozel volkje houdt poëeten
Voor dwaazen, hoofden dol van waan.
Maar wilt gy de oorzaak daar van weeten?
’t Ziet gekken voor poëeten aan.” **
Hare ogen waren betraand van al het schone hier ten gehore.…