Ik rijs vandaag met U, Cernunnos,
Uw roep laat mij niet los; Heer.
Ik rijs vandaag als een boom
in het bos, als een vogel
die verlost is uit z’n kooi;
liefde welt in mij omhoog,
levenslust stuwt me reeds voort
op het eeuwig wilde spoor.
Cernunnos, Ik rijs met U,
nu ik steeds Uw lokroep hoor.…
geslagen in ’t triootje heksenbollen
als toverbrouwsels in ’n beslagkom
kreeg hij zijn ronkende plagen niet
door die keeltjes gedouwd
er werd vlijtig gestookt
tot de stoom zou opstijgen
van de doorgekookte wrevel
[zes tepels
die rijzen in zijn verbeelding]
zijn hoorns trilden
door de overvloed
van zijn natuur
zijn jagende vingers…
achter slot en grendel
schrijft zijn memoires als het ware
in een gefingeerde bezwaarprocedure
ziek als ‘ie is
van z’n verspilde veel te dure zwijmelpijlen
getroffen in onschuldigste borsten
welke hij
stekeblind in zondigste nachten
meende getroffen te hebben
in het duistere rijk dat hem beroofde
van al zijn vereende krachten
Cernunnos…
Luister naar de woorden van de Oude goden,
goedgunstig, gretig, gul, welwillend, wild en wijs,
benaderbaar als Cerridwen, Cernunnos, Artemis, Dionysos, Nerthus, Thor,
Bastet, Seth, Kali, Shiva, Danu, Donn, Tara, Ganesha, Aphrodite, Pan.…