Het sprookje
was een metafoor voor mijn illusie
er kwamen dieren in voor
en een fijne prinses
soms gingen we
op zaterdag naar de markt
hier in de buurt
lagen prachtige vissen
op een tafel
met vlaggetjes in hun ruggen
beeldde ik mij
ijzeren palen bomen
bomen van ijzer
als beton in de wind
en alles wat ik vasthield
liet ik weer los…
‘Gaaf’ riep ze ‘keigaaf’, maar ze werd weer stil toen ik zei dat hij in de dichterswereld als een soort W.F.Hermans probeerde de boel te jokeren.
Die kende ze ook al niet.
Ze zag dat het mij teveel werd.
‘Ja’ zei ze, ‘het is toch echt wel logisch hoor. Wij zijn nu nog pas in de Middeleeuwen en de Renaissance. Normaal toch dat ik hem niet ken.…