een ruimte die mij niet aankijkt
waar stilte ondersteunend blijft
muren adem dragen van anderen
de tijd die niets van mij verlangt
ik voel hoe ik hier mag rusten
als een vorm van aandacht
licht door hoge ramen valt
stil ligt op steen en hout
ik hoef niet meer te worden dan
wanneer ik uiteindelijk opsta
de ruimte in verstilling verlaat…
net zo lang blijven zitten
tot de sneeuw gesmolten is
er geen adem meer stil fluisteren wil
alle gevoelens stoppen met zichzelf zijn
de batterij van de klok leegloopt op de tijd
de strijd om voorrangswoorden onmiddellijk staakt
de geradbraakte levenslust bewust doordraait
en de goden met hun eigen zonden bezwaard verdrinken
als een wolvenleven…