Bonsai, eik en witte berk en jij met kind
dat uit alle macht jouw hoofd in haarband perst
Mijn blik hangt op jouw onderlip, ik weet
er is niet meer dan dit: moeder met kind
Leven lijkt een kippenren waarin ik beiden mis
Van te ver blaas ik een kus, die op jou rust
Heel even laat jij jouw blik mijn kant opgaan…
Voordat ik aan dit vers begon te schrijven,
Heb ik een witte haarband omgedaan,
Zo’n accessoire vind ik mij goed staan,
Ik doe het echt niet om te overdrijven.
En inderdaad: het ging veel beter mèt,
Trefzeker vond ik weer het snelson-net.…
De knellende haarband
gooi ik af
als je stem volhardt
komt dit voort
uit haar schoot
kalmte wrikt zich
steeds dieper
door mijn longen
— met beide handen
schep je water—
al druppelend vertel je
over de zwarte waterlopers
onder onze bungelende voeten
zij schaatsen op het licht
door haar gebroken echo
klinkt een jong gedicht…