(gyrinus natans)
O krinklende winklende waterding
met 't zwarte kabotseken aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al schrijven op 't waterke gaan!
Gij leeft en gij roert en gij loopt zo snel,
al zie 'k u noch arrem noch been;
gij wendt en gij weet uwe weg zo wel,
al zie 'k u geen oge, geen één.…
O krinklende winklende waterding
met 't doodstil kabotseken aan
wat zien wij toch geern uwe pimpelmeesvink
al schrijvend op 't waterke gaan!
Hij leeft en hij koert als een duifke zoo snel,
al zie 'k u noch arrem noch been;
doch gij weet uwen weg zoo wel,
al zie 'k u geen ooge, geen één.…
O krinklende winklende waterding,
met t zwarte kabotseken aan,
wat zien ik geren uw kopke flink
in t woud waar licht zich vouwt.
Ooit leefde hier een voorhoofdhagedis,
een mammoet en reuzeleguaan,
planeet A was een godgeschenk, welaan,
brengt sapiens hel en verdoemenis?…