de paarse leguaan ligt bovenop me
ik praat door zijn poten en staart
hij eet duizend cactussen met zand
de hoogste rots kruipt naar beneden
wordt vloeibaar zwart in een rivier
mijn maag vult zich met de leguaan
ik word de leguaan beweeg mij voort
trek grote sporen door het zilte zand
golven komen en gaan, ik braak mij uit
en zwem meteen…
sprak de kikker ernstig aan
ik weet niet of je het al wist
maar achter je staat een pelikaan
de kikker sprong pardoes omhoog
en wist zich eerst van angst geen raad
hij zag nu dat die langpoot loog
maar toen was het al veel te laat
gevangen in zijn grote bek
keek hij de ooievaar aan
en zei toen plots: ben ik nou gek
of loopt daar een leguaan…
straat
maar werd opeens van links naar rechts geduwd
gehos met bier en wein weib und gesang
ik ging haast koppie onder in 't gedrang
geen blik of groet, geen woord
kwam uit m'n strot
ik had m'n witte shirt aan, o mijn god
ik kreeg een stoot, mijn neus lag half kapot
het was geen mens, een beest
had het gedaan
de meute was een leguaan…