De dagen van de zomer zijn getogen
De jeugdpracht van de blâren vergaan,
Hun gouden tover is nog troost voor de ogen
Maar weldra zullen naakt de bomen staan.
Hoe is op deze dag mijn hart bewogen,
Dat mart in ’t bos en wil er niet vandaan,
Het weet de pracht dier zuilengang en bogen
En uchtendlucht aan ’t einde van de laan.
Nog is de droom…
natuurdichters gedijen
bij de jaargetijden
het groene voorjaar
de warme zomer
het herfstachtige najaar
en ten leste de vrieskou
van een strenge winter
dichters hechten zeer
aan de seizoenen als
inspiratie voor de verzen
die dan weer gedijen bij het
bestaan en het verstrijken
van de vergankelijkheid...…
In mijn eentje genoot ik
als natuurdichter talloze
keren van zo'n moment
suprême.
De natuur kent zijn
prachtige eigenheid
in al zijn waarde en
vormen.
Foto Dick Voogd…