Nemesis, Maät, Portia
Godinnen van gerechtigheid
Met zwaarden zilver en zuiver
Trekken zij ten strijd'
Zij doorboren ieder onrecht
Totdat ieder recht is gedaan
En wie hen op hun weg komt
Kijken zij genadeloos aan
Hun zwaarden treffen het duister
En het licht breekt er doorheen
Voor wie de weg ooit kwijt was:
Dat licht, daar gaan we heen…
legt zij haar deemoed, wederzijdse
trouw
en diepe ootmoed af, als een menade
heft fier haar glanzend zwaard als
amazone
en hult haar aanzien in obscure
schijn
Sinister doemt dan een incognito
dubbelagent in duistere genesis
die vogels mensen en het vee verschrikt
haar fakkelloze licht neemt zij
weer mee
als wraakgodin - bezonken Nemesis…
Koor: o wrede hatelijke liefde
Eros is verre
de Nemesis van Euriplates
is op haar
Zij: eens hield u van mij…
Vaders wraak…
Hij: weg met u feeks!
ik gooi u van de rotsen
Charon tegemoet
(Euriplates tilt Ephigenia op en gooit haar de berg af.)…