ruitje van de deur
een breekijzer als sleutel
telekinese
de cosmoskapper
het is mijn hoofdhaar niet meer
denk ik veel te duur
paarse fallussen
breken uit de singeloever
joggingmeisje rek
oktoberfeesten
ze verkeren in beesten
en ziektekiemen
oude vieze man
is hij nog iemand van dienst
naaiend en snaaiend…
als de bazuinen schallen
knallen de kurken
komen de dolende ridders bijeen
voor het grote oktoberfeest
moe van het oogsten
willen zij net als vroeger verpozen
in de koele kelders van het kasteel
te midden van fusten die liggen te rusten
geen paarden en maliënkolders
maar op de tafels de glazen
en kleurrijke folders met de trots
en geneugten…
Simpel gezegd begon de ellende
bij de Rubiks Kubus (met apostrof)
die in een stoffige hoek is beland
uit zicht van de buffelende bende
waarna keer op keer het bal opende
met het vervolg op de val van goden
door een wraakzuchtige dode verteld –
en wat de struiken nog meer aanboden
echter wordt dat bord ochtenddrab
telkens enkel wortelloos…