Langzaam
sluipt de avond
nader
'n jas van duister
En luister
de merels laten
nog van zich horen
een slotzang
Ik ben bang
dat woorden
blijven steken
in m'n keel...
Een dichter
is ook....
maar een mens.…
Aan mijne Mededichters.
Blinkend, schittrend, alverbazend, breekt het vlammend Hemeloog
Door de donkre nevelstromen van den bruinbeschaâuwde boog:
Blaakrend, schroeiend, en verblindend, stijgt hij 't steile renpad op,
Meester van d' ontzetten hemel in zijn hoogstbereikbre top:
En nog, dalend, stort zijn aanschijn bij het blussen van die gloed…
In de klassieke koorlyriek is het het derde deel ener triade - let wel, een trits: strofe, antistrofe en epode (slotzang).
Het metrum van de epode wijkt af van de voorafgaande strofe en antistrofe.
Versvorm: Het kan ook verwijzen naar een gedicht dat bestaat uit versparen (disticha) waarbij de tweede versregel korter is dan de eerste.…