schreeuw van de dakmeeuw
op de grens van de duinen
schuim van de branding
het nieuwe veerhuis
zakt af naar de oude rijn
waar is de veerman
in rook opgegaan
de gedachten en dromen
slechts klanken blijven
een pruimenmondje
we hebben nog niet alles
gedaan en gezegd
racen naar oegstgeest
de kreet van de overkant
gehoord en gevreesd…
De tijd van een gat in het donker
als een dief in de nacht
ligt achter ons.
In een lagune van fluwelen schrijfsels
en golvende energie van poëtische krachtpatsers
ben ik een archief.
Wat in de lucht hangt schrijf ik op,
gepast of ongepast,
ik sla alles op of zo nodig achterover.
Via de kier naar buiten zwaai ik,
in gedachten vaar…
Wat moeten mensen daar aan de overkant, waar niets te zien is dan
een stil veerhuis, een kerktoren achter verre bomen. Andere dag: alleen
grijze vrachtwagens op het dek. Mannen in grijze uniformen. Een wijd
open mond die onhoorbaar iets roept. Dat is oorlog.
-----------------------------------------------------
Uit: 'Dooltuin', 1995.…