Als wij, de grote mensen, moe zijn
Van het praten met elkaar,
Als wij moe zijn van het slapen
Met elkaar, het wandelen
En handeldrijven met elkaar,
Het tafelen en oorlogvoeren
Met elkaar, als wij zo moe zijn
Van elkaar, van het elkaren
Van elkaar, dan zetten wij de kat
Op onze schouder, gaan de tuin in
En zoeken de kinderstemmen achter…
De vermoeiheid was nu grotendeels uit zijn lichaam weggevloeid.
'Well... you know... bij de slagerie.' Ze moest weer lachen als ze er aan dacht. De slager was een neef van Bouke.…