Een zwart-witgeblokte kloof in verhard cement
netgedicht
Volwassenen riep ik: Wat een huiver, wat een pracht!
Het bewustzijn gespleten,
tweemaal nu
En tweemaal gisteren, vannacht
Ik wachtte op het schaduwkind
Vertrapte stenen, wilde dingen
Geluiden van een schaterlach
Maar dan, een blinde spiegelwand
Die lijn bewoog oneindig
Moro deed mee, die schreeuwt en lacht:
De zon blijft eeuwig schijnen…

Bezig met laden