Als toen nu was,
en wij van toen waren,
wat dan?
Ik, als frank en vrije boerendochter
jij, als de koene ridder
met een zoveelste standenverhaal
als liefde cliché was,
en ik er wel hield van die te doorbreken,
wat dan?
wanneer muren niet langer huizen
maar obstakels zijn
met een zoveelste moeilijkheidsanalogie
als ik terug…
Eikel!
trut!
toen
nu
haar
hem...
uw bekentenis loopt,
want mijn vragen blijven haten,
tot de hagelwitte lijnen
mijn contouren vervormen,
door mens en wij onteerd
ik prik zonder naalden
door hoofd en blik verdoofd
en de kleur van liefde
gitzwart rood
kapot zullen ze verklaren
op momenten dat ik mijmerend
benaderen wil
en moeizaam…