door weer en wind
geen zondagskind
vier weken in de schaduw
tussen maretak en bladerdak,
geen droomhuis voor de zwaluw
maar noch door zwart of groen of grijs
laat jij je camoufleren,
fier tussen ijs en ereprijs
staan je klokjes te flaneren…
'Ach mug
niet meer zo vlug?
In geen enkel hóuvast nog fiducie?
Kom dan maar gauw
ik stroop mijn mouw
en geef je wel een bloedtransfusie.
Tja mug
het gaat wat stug.
Maar zometeen ben jij weer maëstro.
Dus doe je best
en 'be my guest'
het geeft je fut, tot aan Tokio.
Kijk mug
je buik komt terug.
Het wordt alweer een aardig bultje…
je aanbidt sneeuwwit
en flintert het,
waar de vorst het kroont
koningwintert het,
je bouwt lucht voor zijn kastelen,
draagt bomen als juwelen
en grift ze
zonder penselen…
je hebt je vruchten weer geschonken
ik heb ze voor je opgeraapt
op een sierlijk schaaltje laten lonken
wel zó dat ze niet zijn weggekaapt
je hebt je bladeren laten zweven
fors heeft de kou roofbouw gepleegd
en ik heb stilletjes weggegeven
jouw blad - tranend bijeengeveegd
en daar sta jij, o trotse boom
de winter kleurt je kaalheid
maar…