Zij streelt het oog en slaat
op mij geen acht
en ik ik smacht en wacht
geen ogenlik:
ik lik en lik en lik
haar met mijn blik
totdat de ruit beslaat
en zij zoals dat met beslagen ruiten gaat
met huid en haar vergaat.…
Zij die Hem zonder het te weten
heel haar rijke lange leven zocht
lapt Hem van God vergeten
aan een laatste ademtocht.
Dit is geen leven meer
maar altijd schrijnend zeer:
een aan het leven lijden.
Laat haar toch verlijden in de tijd
verglijden in het milde onvermijden
van de eindeloze eeuwigheid.
O, als het toch eens mocht
want…
Hij mocht niet mee
het was van hoger hand beslist
geen specialist wist uit haar lijden
nog wat weg te snijden.
Wat er van dat fout geweven lieve leven
even bleef, het leefnet op het land getorst
een druppelspoor van vocht
tranen op een allerlaatste sparteltocht
aan die overkant op tanden knarsend zand gemorst:
Nooit meer samen zilten…
Boven twee noten op zijn zang
zong het kruis
dat stond te zwaaien
als een kaartenhuis
in lichter laaie.
Potsier van stier, een kwaaie
zag zij 't zwellen bij haar vent
zijn rozerode lellen fier
dat flemend fluitje van een cent.
En nog voor het minnen moest beginnen
voor ze tot de tien kon tellen
voelde ze bij haar daar woest van…
Het stadse duister fluistert
hij luistert hoe het gloort.
Een merel wil de zoele nacht verdringen
met zijn juichend jubelzingen.
Dan en onverwacht verstoort
gekreun - eerst zacht - zijn rust:
De zoete deun van vrouwelijf in lust
verwekt zijn onvervuld verlangen.
Het laken niet meer onbevlekt ontvangen
geblust door haar die hij slechts…